We boekten een reis, maar het werd een nieuw begin.
Hier lees je de verhalen van onze reis naar Kaapverdië.
Geen reisgids, geen folder, maar kleine scènes zoals ze echt zijn: zonnig, rommelig, absurd en soms verrassend mooi. Vol uitzichten en inzichten die je niet plant, maar die je wél vinden.
deel 2 Landing en verwachting
En dan zijn we er. Een lange maar aangename vlucht, afgesloten met een spectaculaire landing. Voor mijn gevoel precies tussen twee bergen, met wat geschommel maar zacht neergezet op een stoffige landingsbaan.
Het tropengevoel slaat meteen toe zodra de deuren opengaan: twintig graden warmer dan in Amsterdam, een flinke wandeling naar het luchthavengebouw, de warme wind door mijn haar. Ja, zo moest een tropisch paradijs voor mij zijn.
We hadden geen haast met uitstappen, want we kwamen voor de rust. Maar eenmaal binnen, in de rij voor de paspoortcontrole met tweehonderd mensen voor ons en veel te warme kleding aan, werd het een wel heel warme ontvangst.
Ondertussen dacht ik terug aan de voorbereidingen. Het reisschema zag er oogverblindend uit. Wij, normaal vrije zwervers die ter plekke bedenken waar we heen gaan, hadden besloten onszelf eens te laten verzorgen. Alles geregeld, alles kloppend. Geen improvisaties, geen “oh, waar slapen we vanavond?”-momenten.
De vragenlijst vulden we braaf in: budget, wensen, beperkingen. Mijn eis was duidelijk: géén trappen, want pijnlijke knieën hadden me al maanden beperkt en geen huisarts of fysiotherapeut had een oplossing. Geen probleem, verzekerde men ons. Alles met lift of gelijkvloers. We voelden ons VIP’s in een brochure. Hotel bij de haven, uitzicht op schepen. Resort in de rotsen. Een natuurvijver in de jungle. Wat kon er misgaan?
Even was er twijfel: net na het boeken verschenen er onheilspellende geopolitieke berichten. Annuleren? We waren twee uur te laat, dus nee — we moesten maar gaan. Ach, avontuur!
De wachtrij voorbij en daar stond hij al: een trotse Kaapverdiaanse taxichauffeur, charmant en vrolijk, met ons naambord in de hand. Zijn busje had zoveel toeristen vervoerd dat de stoelen nauwelijks nog herkenbaar waren. Gordels? Ach, dat is hier niet verplicht en de meeste auto’s hebben ze niet eens.
Dus hield ik me stevig vast aan de oh-shit-handle, hopend dat die wel vastzat. De rit voerde door een stil en droog landschap dat me meteen in een droomachtige roes opnam. Ja, wij zijn geland.
Het comfortabelste hotel was onze eerste stop. Mét lift, zoals beloofd. De foto van de marina had voor hoge verwachtingen gezorgd: daar zouden we ooit met ons schip misschien nog wel eens aanleggen. Helaas zagen we vanuit de kamer alleen muren en balkons.
Bij de receptie uitten we onze teleurstelling en vroegen vriendelijk doch beslist om een kamer met uitzicht zoals in de folder. Maar dat was een superior kamer en die was niet geboekt. De teleurstelling straalde van ons af, want na kort overleg met de manager mochten we toch in zo’n kamer met uitzicht onze koffers uitpakken.
De ontdekking dat we de regie uit handen gevend en vertrouwend op de reisorganisatie en de mooie flyer dus precies niet kregen wat we verwachtten, zette me aan het denken. Welke les zat hierin verborgen? Was dit een vervelend voorteken of alleen het bewijs dat we voor ons zelf moeten zorgen?
De stad aan onze voeten, de Marina op een dienblad in een chique hotel met eigen restaurant en zwembad bovenop het dak, naast de ontbijtruimte. Wij genoten en kwamen tot rust.
De muziek in de stad, de overdadig gekleurde huizen, de zon en de warmte maakten alles weer goed. Na drie dagen bijkomen mochten we naar de volgende etappe: het mooiste eiland van Kaapverdië wachtte op ons.
deel 1 Echo van een paradijs
Soms is er een plek op aarde die je roept.
Niet met woorden. Niet met richtingaanwijzers.
Maar zacht, als een echo van iets wat in je opgeslagen ligt en steeds meer wakker wordt.
Je kijkt op de weer-app. Hoe warm is het daar nu?
Is het regenseizoen, of waait de wind nog uit het noordoosten?
Je speelt Cesária Évora. Miriam Makeba. Vrouwen met stemmen als de wind — onontkoombaar en vrij.
Je slurpt alles op: artikelen, YouTube-filmpjes, forumstukjes, een warrig blog van een verdwaalde Nederlander.
Je weet nog steeds niets. Maar het wordt steeds zekerder.
Hoe kom ik daar? En wanneer?
En dan boek je de reis. Een zorgvuldig samengesteld programma, met liefdevol gekozen haltes.Je wilt alles op een presenteerblaadje. Geen zorgen. Geen pijnlijke stappen. Geen ruimte voor twijfels of spijt.Je droom moet vlekkeloos landen. Onderdompeling in zon, zachtheid en zorg. Zodat niets je wakker hoeft te maken uit het beeld dat je al zolang koestert en meedraagt: het beeld van een paradijs.
En dan, tussen koffers en dagdromen, komt ook een gesprek naar boven met mijn schoolvriendin.
We kennen elkaar sinds we samen op de tafel van het consultatiebureau lagen, rond kerst 1954, allebei net gearriveerd in dit leven. We hebben in onze jeugd gehoord over een Bijbels paradijs, over Adam en Eva en de appel die niet gegeten mocht worden.
We beseffen, met een vleugje verdriet maar toch ook met moed, dat een paradijs op aarde waarschijnlijk moeilijk te vinden is. Toch geeft ik zo snel niet op.
Hoe zou het zijn in mijn paradijs? Lekker eten zal wel belangrijk zijn, dus laten we maar hopen dat het goed gaat.
De voorpret kan beginnen: koffers gepakt en dan eindelijk op de goede stoel — met welk nummer hadden we ook alweer? — neerploffen, en eindelijk aan niets meer denken.
…maar volgende keer wacht de vraag: zijn we nu echt geland?