kunst en design

UITZICHT

Hier lees je de verhalen van onze reis naar Kaapverdië.
Vol uitzichten en inzichten die je niet plant, maar die je wél vinden.


 17- Paspoort

Goedemorgen, bom dia, guten Tag, tu dret… wie geht’s?
Dat zijn de eerste woorden die je leert in een andere taal. 
Elkaar het beste wensen smelt elk ijs. En nu ik probeer hier in te burgeren en Portugees te leren, geef ik ineens les in Nederlands en Duits.
Wat begon met: “mag ik even een les bijwonen?”
liep uit op een Facebookadvertentie en een eigen groepje Kaapverdianen met een lief in Nederland, met de hoop op een beter leven.
Vrienden, werk, de luxe om te genieten… dat kan toch pas wanneer je de taal spreekt? 
Of je mag pas komen wanneer je de taal en de regels verstaat.
Of je ze begrijpt… is nog een ander verhaal.
Toen ik op mijn veertiende met mijn ouders naar Nederland verhuisde, was het het land waar alles mocht — hippie en high life.
Hier speelde mijn Sturm und Drang-tijd.
In een stad waar menig Nederlander niet dood gevonden wilde worden, had ik een fantastische jeugd. De taal was in dit Limburgse toneel niet van belang. De grenzen liepen hier toch dwars door dorpen, en het enige verschil tussen de jongeren was of je ’s avonds naar disco Femina ging, of in de Shangri-La de nacht doordanste..... met aansluitend ontbijt.
Toen ik tien jaar later naar Zeeland verhuisde, veranderde dat helemaal.
Hier woedde het oorlogstrauma nog in iedere inwoner. Jong of oud wist: Duitsers moeten we hier niet meer hebben.
Terwijl mijn ouders, die hier al twintig jaar op vakantie kwamen, ongestoord genoten en vooral ook blij waren dat de oorlog voorbij was.
Maar daar wonen… dat was iets anders.
Pas toen mijn dochtertje ziek werd, brak de taalremming bij mij door. Het was van levensbelang om mijn zegje te kunnen doen.
Ik besloot de taal goed te leren en volgde de avond-mavo voor Nederlands, gevolgd door de avond-havo, met alle twintig boeken van de leeslijst en alle d’tjes en t’tjes.
En ik werd verliefd op de Nederlandse roman — zo direct, zo eerlijk en zonder poespas.
De middeleeuwse verhalen waren ook een bijzondere ontdekking. De taal werd Diets genoemd, wat volgens mijn zeer gewaardeerde lerares niets met Duits te maken had.
Ik kon wel alles feilloos begrijpen en vertaalde de teksten voor mijn klasgenoten.
Uiteindelijk had de Nederlandse taal geen geheimen meer voor mij en praatte ik vrolijk overal mee.
Alleen wanneer ik, na jaren in Zeeland te wonen, mensen tegenkwam die met een triomfantelijke blik riepen: “Ik hoor het! Je bent niet van hier!”
— en er dan geruststellend aan toevoegden:
“Maar dat is helemaal niet erg. Mijn tandarts is ook Duits.”
Dan voelde ik me weer een vreemdeling.
Jij hoort hier niet.
Dat stak.
Ik consulteerde een logopediste om mijn accent af te leren. Dat leverde bij haar enige vrolijkheid op; ze vergeleek mij met, hier niet nader te noemen, koninklijke figuren, wat het probleem al iets verzachtte.
Met opnames, analyse van mijn stem en oefeningen om klankverschillen bewust te gebruiken, kwam ik tot de conclusie dat ik vooral blij en trots kon zijn dat ik zo mijn best had gedaan.
En sindsdien heeft nooit meer iemand gezegd dat ik een Duits accent heb.
Misschien voelden ze: het kan haar toch niet schelen.
En nu… een nieuw begin.
Een heel andere cultuur. Met inmiddels twee paspoorten en een green card in aanvraag zegt niemand hier:
“Ik hoor het al, je bent niet van hier.”
Mijn bos grijze haren valt hier wel op, en iedereen ziet meteen dat ik van ergens anders kom.
Maar in tegenstelling tot toen, raken ze hier in verrukking wanneer ik een paar woorden Creools zeg, en word ik spontaan omarmd om me welkom te heten.
Voor de lessen Nederlands en Duits vertaal ik van tevoren alles in het Portugees, en zitten we met z’n allen in een klas van elkaar te leren.
En de Nederlandse G-klank, die me zoveel overwinning heeft gekost om zonder schaamte uit te spreken, achtervolgt me nu weer. De Portugese taal heeft een soortgelijke klank in de H, en die is er maar moeilijk uit te branden.
“Hij heeft” wordt hier vanzelf: “g(h)ij g(h)eeft!” Wel mooi eigenlijk.
Maar ik wil dat ze het goed leren en dat zij straks in Nederland kunnen genieten van hun verwachtingen zonder dat iedereen zegt ….hee ik hoor het al, je bent niet van hier.
 
 

 

 

15- De hond bij de poort

’s Avonds begint het koor van honden.
Eerst eentje, dan twee, en voor je het weet blaft het hele eiland.
Ze klinken als mensen die hun mening kwijt moeten maar geen woorden hebben.
Soms denk ik dat ze zeggen wat hun baas niet durft.

Er is er één die bij ons hoort. Tenminste, dat vindt hij zelf.
Hij ligt voor de tuinpoort, in de schaduw van de neemboom
en schuift langzaam met de zon mee.
Als het te heet wordt, verdwijnt hij onder de veranda,
en af en toe probeert hij, met onschuldig gezicht,
de deur op een kier te vinden en dan doet hij alsof hij toevallig binnenloopt.

Niemand weet van wie hij is. Iedereen in de buurt zorgt een beetje voor hem.
Een restje rijst, een bakje water, een aai als hij zin heeft.
Hij is van niemand, maar iedereen is van hem.

Er is ook een mevrouw die elke ochtend het plein oversteekt
met twee trotse windhonden, lang en elegant alsof ze op een catwalk lopen.
Ze blijft dan net lang genoeg staan tot alle honden in de buurt zich collectief in woede en verbijstering verliezen.
Zij glimlacht vriendelijk en wacht tot uit elk huis iemand naar buiten komt om te kijken wat er aan de hand is.
Dan wandelt ze verder, alsof ze het dagelijks sociaal experiment heeft afgerond.

Een keer gingen we twee dagen weg. We hadden de poort op slot gedaan,
niet wetend dat onze hond nog onder de struiken lag.
Toen we terugkwamen, lag hij er nog steeds.
Hij had gehuild, geblaft, gebeden.
Andere buren hadden hem brokken over de muur gegooid,
die hij, uit pure schaamte of trots, onder de droge aarde had proberen te begraven.
Het was een treurig, stoffig slagveld geworden.
Toen hij ons zag, draaide hij zijn kop weg, alsof hij zeggen wilde:
“Laat maar, ik heb het al opgegeven.”

Soms denk ik dat hij hier ooit heeft geleefd.
Dat hij nog iets bewaakt wat wij niet kennen…..
…..maar ondertussen wel hebben gehoord dat het de hond van de vorige bewoonster is, 
terwijl zij ons verzekerde dat zij niet wist van wie hij is. 
Ze had de overburen gevraagd om hem in de gaten te houden en hem zomaar buiten achtergelaten.
Van huishond in een klap naar straathond en rare mensen in zijn huis die hem niet meer binnen laten. Zo kan de wereld van een ziel in een oogwenk veranderen, alles wat normaal is kan ineens vreemd en onbegrijpelijk zijn.
Misschien is zijn manier wel de slimste om daarmee om te gaan. Buiten als zijn vrijheid zien, en genieten van de koele zandkuilen maar geduldig afwachten wat er aan lekkers uit onze keuken komt.
…. en af en toe 5 min stil houden voor een fijne kroel achter zijn oor.

 

 

 

14 Ik ga naar strand en ik neem mee

Het besluit stond vast: vandaag gingen we naar het mooiste strand van het eiland, 
Baía das Gatas, waar elk jaar ook het grote muziekfestival plaatsvindt.
De zon stond al hoog, de lucht was strakblauw en de weg erheen tussen berg en ruige zee maakte het een spannende tocht...

De eilanders waren ons allang voor.
Ze kwamen niet naar het strand, ze verhuisden erheen.
Complete families, van wieg tot oma, verschenen met bolderkarren, tenten, plastic stoelen, kookstellen, radio’s, koelboxen en eindeloze hoeveelheden eten.
Iedereen installeerde zich alsof dit hun tijdelijke koninkrijk was.
Overal rook het naar houtskool, zonnecrème en goed humeur.
Een vrolijke kakofonie van stemmen, geroep, sissende bbq s en denderende muziek uit draagbare boxjes – een Kaapverdisch Hyde Park speakers corner, waar iedereen tegelijk zijn menig vertolkte zo hard mogelijk 
want het leek toch alsof iemand echt luisterde …..en toch begreep.

Ik liep het water in, de lichte branding zacht als zijde,
en liet me langzaam drijven tot mijn oren onder water verdwenen.
Plotseling was alles stil.
Alleen het trage klotsen van mijn adem en het diepe ritme van de zee.
De wereld boven me werd een vage film van licht en beweging.

Ik dacht aan Masaru Emoto, de man die beweerde dat water gevoelens kon lezen en patronen kon vormen van liefde of haat.
Wat zou hij hier hebben gezien?
Miljoenen moleculen, geladen met muziek, gelach, stemmen van generaties.
Een vloeibaar geheugen van het leven zelf.

Dan, heel zacht, drong er iets nieuws door de stilte.
Eerst een trilling, dan het verre geroep van stemmen dat door het water heen brak.
Ik kwam overeind en veegde het zout uit mijn ogen.
Aan de overkant van de baai stond een groep mensen te wijzen en te roepen.
Het geluid groeide, golfde en brak open in lachsalvo’s.

Een barbecue, nog rokend, was van zijn plek geraakt en dreef nu statig de zee in.
Langzaam, met een trots die alleen objecten zonder zelfbewustzijn hebben,
gleed het metalen gevaarte weg, als een klein eiland van geur, vuur en rook.

Een man sprong erachteraan, in zijn zwembroek, zwaaiend met een spatel.
De rest joelde, klapte, juichte – alsof de zee een nieuwe deelnemer aan het festival had verwelkomd.

Misschien, dacht ik, eisten de goden van de zee hun deel op.
Hier, waar de vissen leven die zó goed smaken dat hun naam op de tong blijft hangen,
waar iedere maaltijd een eerbetoon is aan wat zwemt en wat sterft,
moet ook het water zelf weleens honger krijgen.
En dus nam het, met één trage golf, de barbecue terug in zijn diepte.

Of is het de zon die mijn gedachten al zo heeft verwarmd
dat ze, samen met het glaasje wijn, mijn fantasie hebben bevleugeld?

Ik keek toe, half drijvend, en dacht:
Misschien zoekt alles wat leeft dezelfde nabijheid,
de plek waar spanning oplost,
waar vuur en water elkaar vinden
en zelfs het staal tot leven komt.

 

 


 

deel 13   Normale mensen

Als er van al deze verhalen één de titel UITZICHT verdient, dan is het dit wel. Het uitzicht is hier werkelijk onbeschrijflijk mooi.…en de inzichten bijna niet in woorden te vatten.

In de tijd dat we op de container wachtten, hebben we in verschillende appartementen en hotels overnacht. Mooie kans om het eiland beter te leren kennen en in een fijn bed te slapen. Soms heel eenvoudig, met een slaapkamer zonder raam, maar ook wel eens super de luxe, met een bed zo hoog dat ik bijna een krukje moest nemen om erin te klauteren.

Dit was er zo een. Een Kaapverdische Rotterdammer, met een glimlach die smolt in de tropenzon, had een bijzondere kans voor ons.
Hij mocht het appartement van zijn vriend met grote uitzondering verhuren ....maar alleen aan normale mensen.
En hij was er zo van overtuigd dat we dat waren, dat we er ook nog eens een fikse korting bij kregen.
Was het de korting, of het gevoel uitverkoren te zijn?

We gingen in elk geval kijken.
En het was zó mooi smaakvol en comfortabel ingericht, dat we op het balkon wisten: wat hebben we toch een geluk.Het uitzicht was oogverblindend, en de stilte zalig.
Ook met korting nog een rib uit ons lijf, maar we konden geen nee meer zeggen.

We zaten de hele avond op het balkon, genoten van de zonsondergang met de oranje spiegeling in de zee waar nog de laatste zwemmers in fel turkoois water dobberden.
En dan zonken we tevreden in de hemels zachte, toch stevig dure bedden.

’s Morgens hoorden we gerommel en getimmer boven ons.
Op navraag hoorden we dat de bovenbuurman nog iets aan zijn vloer moest repareren.
Maar de volgende ochtend werden we wakker van het geluid van een slijptol die onze dromen oorverdovend opensneed. Sloopgeluiden, wolken van stof door het wapperende linnen gordijn, en de stank van cement.
Toen de douche en wastafel ook nog een magere straal gaven, dacht Emile:
“Ik ga wel even op het dak kijken – waarschijnlijk staat de waterpomp niet aan.”
Iets wat we uit ons eigen huis hadden geleerd.

De schrik was groot toen hij zag dat de bovenbuurman niet aan zijn vloer werkte, maar dat het hele appartement nog in volledige bouwfase was.
Dan krijgt “normaal mens” toch een andere betekenis.
Ik wist niet meer zeker of ik tot die categorie eigenlijk wel wilde behoren.
Ik voelde verdriet.
Hopelijk is dit niet de normale vriendelijkheid hier.
Hopelijk is het niet wat ze morabeza noemen – gastvrijheid.
Iemand die ons superaardig om de tuin heeft geleid.

Ach, we proberen ons er een beetje overheen te troosten.
We zijn hier tenslotte niet twee weken op vakantie.
We werken overdag in ons huis en hopen dat de bouwers ’s avonds óók op tijd ophouden.

Laat ik dan maar genieten van de huishoudelijke snufjes die ik na jaren onderweg zijn heb gemist.
Ik ga een cake bakken. Naast de ingebouwde espressomachine is er ook een gloednieuwe oven met twee knoppen en zonder tekst of uitleg.
Even draaien en er begint een digitaal getal te knipperen.
Toch maar even in de handleiding duiken: er moet een piep klinken.
Zeker heel zacht, want ik hoor niets.

Waarom wil ik eigenlijk weten wanneer de temperatuur bereikt is?
Ga ik niet af op geur en gevoel?
Ik geef me over.
En ja hoor .....hij begint te rijzen.
Een beetje scheef, maar het wordt een cake.
Nu nog de slagroom, als een wolkje tussen hemel en bord,
op een balkon met onvergetelijk uitzicht

 

 

Monika Jacobi

Badhuisstraat 207
4382 AM Vlissingen

tel:      0646169698
email: info@destrooom.nl